Je dag begint vroeg en formeel. Rond zeven uur 's ochtends verzamelen alle trekkers zich bij het parkhoofdkwartier. Er is koffie, er wordt gedanst door een lokale groep, en dan volgt de indeling: maximaal acht bezoekers per gorillafamilie. De rangers kijken daarbij naar je conditie en naar wat je zelf aangeeft — zeg eerlijk wat je aankunt, want de verschillen tussen families zijn groot. Sommige groepen slapen op twintig minuten van de parkgrens, andere zitten vier uur klimmen verderop.
Trackers zijn al sinds het eerste licht op pad om te zoeken waar de familie de nacht heeft doorgebracht. Ze werken met het nestenspoor van de vorige avond en volgen vanaf daar de verse tekenen: platgedrukte vegetatie, afgebroken selderijstengels, mest. De ranger bij jouw groep staat met hen in radiocontact, en op een gegeven moment stopt hij, kijkt op en zegt dat je je rugzak mag neerzetten. Vanaf dat punt ga je zonder bagage verder, en meestal is het dan nog vijf tot tien minuten.
Wat je ziet, is bijna altijd banaler en tegelijk indrukwekkender dan je verwachtte. Geen borstgeroffel bij de eerste ontmoeting, geen dreiging. Wel een zilverrug die op zijn zij ligt en langzaam bladeren van een stengel stroopt. Vrouwtjes die hun jongen vlooien. Een jong dat in een boompje klimt, de tak ziet doorbuigen, en vervolgens hard op zijn achterste landt in de vegetatie — en het meteen opnieuw probeert. Het geluid dat je het meest bijblijft is niet imposant maar huiselijk: een laag, gorgelend gerommel dat gorilla's tegen elkaar maken als ze tevreden aan het eten zijn. Zodra het stopt, gaat iedereen in de groep even rechtop zitten.
Let op deze dingen:
- De borstroffel gebeurt met holle handen, niet met vuisten — vandaar het holle, houtachtige geluid dat over honderden meters draagt. Meestal doen jonge mannetjes het, uit bravoure.
- De middagrust. Tussen ongeveer elf en twee uur ligt een gorillafamilie vaak plat op de grond te dutten, met de jongen die over de zilverrug heen klauteren. Als je trekking lang duurde, is dit precies wat je treft.
- Oogcontact. Rangers vragen je het te vermijden. Als een gorilla toch jouw kant op kijkt en even blijft hangen, kijk dan rustig weg en naar beneden. Het is geen dreiging, maar het is wel hun ruimte.
- De zilverrug die opstaat en door de groep loopt. Iedereen wijkt. Ook jij, als hij jouw kant op komt — rangers sturen je dan zonder omhaal opzij.
Hoe zwaar is het fysiek? Eerlijk: dit is de zwaarste dag van een doorsnee Afrikareis. Je loopt op 2.200 tot 3.000 meter hoogte, waar je merkbaar sneller buiten adem bent. De hellingen zijn steil, het pad bestaat vaak uit natte wortels en de rangers kappen met machetes een doorgang door brandnetels die dwars door dunne kleding steken. Reken op twee tot zes uur lopen, heen en terug samen, met uitschieters naar acht. Je hoeft geen atleet te zijn — er gaan mensen van in de zeventig mee — maar je moet een paar uur achtereen kunnen klimmen. Huur een porter. Ze dragen je tas, duwen je omhoog op de rotte stukken, en het is een van de directste manieren waarop jouw geld in de lokale gemeenschap terechtkomt.
Fotografie. Het bos is donker en je hebt precies één uur. Ga uit van ISO 3200 tot 6400 en accepteer de ruis; scherpte verlies je sneller dan je denkt aan bewegingsonscherpte. Een lichtsterke zoom rond 24-70 mm is meestal genoeg — de gorilla's zitten dichterbij dan je verwacht, en met een lange telelens vul je je frame met één oor. Een 70-200 mm is nuttig voor portretten van de zilverrug. Flitsen is streng verboden. Neem een regenhoes mee, ook in het droge seizoen, en laat je camera acclimatiseren voor je uit een koele auto het vochtige bos in stapt, anders sta je tien minuten condens weg te poetsen terwijl de mooiste momenten voorbijgaan. Belangrijkste tip: fotografeer de eerste tien minuten niet. Kijk.