Een luipaardsighting begint bijna nooit met een luipaard. Hij begint met een impala die abrupt stopt met eten en in één richting blijft staren, of met bavianen die vanuit een boomtop een schel, hysterisch alarm beginnen te slaan. Je gids zet de motor uit en luistert. Vervolgens rijd je langzaam naar het punt waar het bos het dichtst is, en dan is het speuren: naar een staartpunt die uit het gras steekt, naar een horizontale lijn in een boom die net iets te dik is voor een tak.
Als je hem vindt, is het eerste wat opvalt hoe compact hij is. Een luipaard is veel kleiner dan mensen verwachten — lager dan een leeuwin, gedrongen, met een zwaar hoofd en onwaarschijnlijk dikke voorpoten voor zijn formaat. Die poten zijn er niet voor niets: een luipaard kan een dier van zijn eigen gewicht of meer verticaal een boom in hijsen. Dat is de gedraging waar iedereen op hoopt en die maar weinigen zien.
Waar je op moet letten:
- Prooi in een boom. Een impala die slap over een tak hangt, betekent dat de luipaard in de buurt is en waarschijnlijk terugkomt. Een karkas in een boom is een van de betrouwbaarste aanwijzingen op safari: blijf in de buurt of kom tegen het eind van de middag terug.
- De roep. Luipaarden maken een laag, raspend geluid dat klinkt als iemand die met een zaag door hout gaat, in herhaalde stoten. Het is territoriumcommunicatie en meestal 's nachts te horen. Als je het vanuit je tent hoort, ligt er een luipaard dichterbij dan je denkt.
- Sleepsporen. Een brede geveegde baan in het zand met bloedspatten is een karkas dat verplaatst is.
- Hyena's die rondhangen onder een boom. Dat is precies de reden dat luipaarden hun prooi omhoog brengen.
- Welpen. Een moeder met jongen verplaatst het nest elke paar dagen. Als een gebied een bekende moeder heeft, weten gidsen dat, maar ze houden de exacte locatie vaak bewust vaag.
Hoe zwaar is het fysiek? Niet zwaar: je zit in een voertuig. De inspanning is vroeg opstaan en — bij nachtritten — laat doorgaan. Reken op koude ochtenden in juni en juli in zuidelijk Afrika, op stof in alles wat je bij je hebt, en op lange periodes van niets. Luipaarden vragen geduld dat leeuwen niet vragen.
Fotografie. Dit is de lastigste kat om goed vast te leggen. Drie problemen, en voor elk een aanpak. Licht: de beste sightings vallen in de schemering of bij schijnwerperlicht, dus ISO 6400 en hoger, en een lichtsterke telelens als je die hebt. Takken: gebruik een grote diafragma-opening zodat voorgrondbladeren wegsmelten, en zoek desnoods een ander standpunt in plaats van door de vegetatie heen te schieten. Vlekkenpatroon: rozetten verwarren autofocus, dus focus gericht op het oog. Bij nachtritten: gebruik geen flits, vertrouw op de spotlight van de tracker en vraag of hij het licht iets naast het dier houdt, want een luipaard recht in de bundel geeft harde, platte foto's. En het beeld waarvoor je het doet — luipaard in boom met prooi — vergt vooral dat je blijft zitten en wacht.