De eerste blaas zie je meestal voordat je hem hoort: een verticale, struikachtige wolk van drie tot vier meter die even blijft hangen boven het water. Daarna volgt de rug, traag, met die kleine bochel waaraan de soort zijn naam dankt, en dan — als het dier diep gaat — komt de staart omhoog en blijft hij een tel staan voordat hij wegglijdt. Dat moment is het handtekeningbeeld van de walvissafari, en het is ook functioneel: het patroon van zwart en wit aan de onderkant van elke staart is uniek, zoals een vingerafdruk, en onderzoekers wereldwijd identificeren individuele dieren daaraan. Veel operators sturen gastenfoto's door naar internationale catalogi, waardoor je eigen kiekje bruikbare data wordt.
Wat je verder ziet, hangt volledig af van waar je bent.
In een foerageergebied als Alaska of IJsland zie je walvissen die werken. Ze duiken in cycli van vier tot tien minuten en komen steeds op ongeveer dezelfde plek boven. Bij een bellennet in Alaska begint het met meeuwen die zich verzamelen boven een schijnbaar leeg stuk water; dan verschijnt een ring van opborrelende luchtbellen, en dan breken vijf tot vijftien walvisbekken tegelijk door het oppervlak, recht omhoog, met de baleinen zichtbaar en haring in het rond. Het duurt twee seconden.
In een voortplantingsgebied als Tonga of Silver Bank zie je iets heel anders: een moeder die roerloos op tien meter diepte hangt terwijl haar kalf elke paar minuten naar de oppervlakte gaat voor lucht, of een groep mannetjes die achter één vrouwtje aan raast in een kolkende, gewelddadige achtervolging met slagen en botsingen. En je hoort zang. Alleen mannetjes zingen, alleen in de voortplantingsgebieden, in liederen die uit herhaalde thema's bestaan en die binnen één populatie in een seizoen geleidelijk veranderen — waarna alle mannetjes de nieuwe versie overnemen. Onder water is dat geluid zo krachtig dat je het in je borstkas voelt.
Waar je verder op moet letten:
- Springen (breaching). Het hele dier komt los en klapt op zijn zij terug. Waarom ze het doen is niet definitief bekend: communicatie over afstand, parasieten afschudden, spel of imponeergedrag. Het gebeurt vaker bij golfslag en wind.
- Vinklappen en staartslagen. Een walvis die minutenlang met zijn borstvin op het water slaat. Bijna zeker communicatie.
- Spyhopping. Verticaal omhoog komen om rond te kijken.
- De knobbels op de kop. Elke knobbel bevat een haarzakje met één haar en werkt vermoedelijk als tastorgaan.
- Mosselachtige begroeiing. De witte plekken op kop en vinnen zijn zeepokken, die per dier tientallen kilo's kunnen wegen.
Hoe zwaar is het fysiek? Voor bootsafari's: niet zwaar, maar zeeziekte is de bepalende factor. Neem medicatie preventief in, kijk naar de horizon en blijf zoveel mogelijk buiten. In koude gebieden — Alaska, IJsland, Noorwegen, Antarctica — is kleding het punt: lagen, winddicht, muts en handschoenen, want je staat uren stil op een open dek. Voor zwemmen met walvissen gelden andere eisen: je moet comfortabel zijn met snorkelen in open oceaan zonder bodem in zicht, rustig kunnen ademen met golfslag, en soms een paar minuten stevig doorzwemmen. Geen duikbrevet nodig, wel zelfvertrouwen in het water.
Fotografie. Bereid je voor op twee seconden actie na veertig minuten wachten. Zet je camera op continu-autofocus met een hoge sluitertijd — 1/1600 s of sneller voor een sprong — en gebruik liever een kortere lens dan je instinct zegt: 70-200 mm is voor de meeste situaties beter dan 400 mm, omdat je een springende walvis anders half buiten beeld hebt. Voorfocussen op de plek van de laatste blaas helpt. Bescherm je uitrusting tegen zout: één golf over de boeg is genoeg. En leg ook de context vast — staart met bergen erachter, blaas tegen de ochtendzon — want die beelden vertellen meer dan een scherpe rugvin op grijs water. Onder water: ga niet op de walvis afzwemmen, maak je klein, en fotografeer omhoog naar het licht.